De frigo zo inpakken dat de koude overal bij kan

Landschapsillustratie

In een frigo circuleert koude lucht voortdurend rond, van de achterkant naar voren en weer terug, om alles gelijkmatig koel te houden. Staan de potten, bakjes en flessen te dicht op elkaar gepakt, dan kan die lucht nergens meer tussendoor, en blijven sommige plekken minder koud dan andere.

Ruimte laten tussen de dingen

Het helpt om niet elke plank helemaal tot de rand te vullen, maar bewust wat ruimte te laten tussen de verschillende potten en bakjes. Die kleine tussenruimtes zijn precies waar de koude lucht doorheen moet kunnen om alles gelijkmatig koel te houden, van boven tot onder.

Grote schalen of dozen vooraan op een plank blokkeren vaak de luchtstroom naar wat erachter staat, waardoor dat eten minder koud blijft dan verwacht. Een kleine herschikking, met de grotere dingen wat opzij of naar achteren, laat de lucht weer vrij circuleren door de hele frigo.

De achterwand van de frigo is vaak de koudste plek, terwijl de deurvakken juist het warmst zijn omdat ze telkens de buitenlucht binnenlaten bij het openen. Bederfelijke dingen zoals melk kun je daarom beter niet in de deur zetten, maar wat verder naar achteren op een vaste plank.

Een frigo die af en toe wordt leeggehaald en opnieuw ingedeeld, blijft overzichtelijker dan een die gewoon steeds voller wordt gepropt. Dat moment is ook ideaal om meteen te kijken wat eigenlijk nog gegeten moet worden voor het bederft.

Met een beetje aandacht voor hoe alles wordt ingepakt, werkt de frigo merkbaar beter en blijft het eten overal even koel bewaard. Het kost geen extra moeite, enkel een andere manier van inruimen na het boodschappen doen.

Het loont ook om af en toe te kijken of het rooster van de groentelade niet overladen is met dingen die er eigenlijk niet in thuishoren, zoals potten of flessen. Een lade die enkel groenten en fruit bevat, houdt de juiste vochtigheid beter vast dan een lade vol met van alles door elkaar.